brommobiel

De koper mag namelijk verwachten dat een brommobiel van dit type, bouwjaar, kilometerstand en prijs geen abnormale gebreken vertoonde en gedurende enige tijd goed zou rijden. Aan deze voorwaarde is niet voldaan. De garage stelt weliswaar dat schriftelijk overeengekomen is dat er geen garantie zou gelden, maar van de wettelijke regeling mag njet afgeweken worden in het nadeel van de consument. Dit is niet het geval indien bijvoorbeeld een brommobiel niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Is dit wel gebeurd en maakt de consument daar achteraf bezwaar tegen dan geldt de uitsluiting niet. In dit geval oordeelt de rechter dat het beding nietig is en dat het garagebedrijf zich schuldig heeft gemaakt aan wanprestatie. De kosten van het herstel moeten door het garagebedrijf betaald worden alsmede de (proces kosten die Jan heeft gemaakt. Al geruime tijd is Tino Keusters op zoek naar een andere brommobiel. Na een aantal bezoekjes aan diverse dealers is de keus op een mooie Peugeot 405 gevallen. De brommobiel is 4 jaar oud en de verkoper geeft een nette prijs voor zijn eigen Japanner. Hij moet bijna € 15.000 bijbetalen. Op de Peugeot krijgt hij 3 maanden garantie. Vier maanden na de aankoop de garantietermijn was net verstreken ontdekt Tino een lekkage in de brommobiel. Hij gaat terug naar de dealer en na inspectie blijkt dat er een lekkage achter het dashboard zit. De dealer repareert de lekkage zonder een rekening te presenteren. Maar anderhalve maand later lekt de brommobiel weer. En tot overmaat van ramp doet ook de stoelverwarming van beide voorstoelen het niet. Tino meldt de kwestie bij zijn rechtsbijstandverzekeraar. Deze schakelt een expertisebureau in om een technisch onderzoek in te stellen. Uit dit onderzoek blijkt dat het water binnendringt via de portierluidsprekers, het schuifdak en de kidnaad aan de onderkant van de paravan in de wielkast. Het kost bijna € 3.000 om de lekkage te verhelpen. De rechtsbijstandverzekeraar sommeert de dealer om de mankementen op haar kosten te verhelpen met de mededeling dat het herstel anders bij een ander autobedrijf zal plaatsvinden.

slingers

Net zoals de volwassen zijn ook kinderen dol op een vrolijk huis. Bovendien doen kinderen niets liever dan knutselen. Een leuk knutselkarweitje is slingers maken, nog leuker wordt het als de kinderen deze ook ergens op mogen hangen. Het maken van slingers kan zowel op een koude regenachtige dag binnen, als op een mooie zomerdag buiten gedaan worden. Door verschillende soorten papier aan te schaffen, plakfiguurtjes en glittertjes kunnen de kinderen met een schaar en lijm al behoorlijk uit de voeten. Leg voor het vastzetten van de onderdelen tot de lijm droog is paperclips of wasknijpers klaar zodat de kinderen verder kunnen knutselen. Dit voorkomt gemopper of het opgeven van het knutselwerkje. Breng ideeën naar voren waar de kinderen mee vooruit kunnen of nog leuker neem een paar uurtjes de tijd en knutsel lekker mee, de kinderen zullen het geweldig vinden. Houdt rekening met de leeftijd van de kinderen, de kleinsten kunnen nog niet zo goed met een schaar overweg, knip zelf de vormen uit en laat ze kleuren of figuren plakken waarna je de bovenkant omvouwt en deze om een touwtje niet of plakt om een slinger te vormen. Met oudere kinderen kunnen al meer creatieve slingers gemaakt worden.

De meest bekende slingers om zelf te maken zijn de rondjes slingers waarbij van verschillend gekleurd papier stroken worden geknipt die omgevouwen door elkaar heen worden gehaald. De rondjes kunnen versierd worden met plakfiguren of glitters. Zet bij het lijmen de plakrandjes even vast met een paperclip zodat de slinger niet los kan laten tijdens het knutselen. Goedkoop om aan te schaffen, eenvoudig en een leuk effect hebben de slingers van crêpepapier. Knip van verschillend kleuren lange stroken crêpepapier. Knip aan beiden zijden kleine stukjes in, houd in het midden een baan van ongeveer drie tot vier centimeter vrij. Leg de stroken op elkaar en met zijn tweeën ieder aan een kant draaien. Voor wat oudere kinderen is het leuk om figuren te knippen uit gekleurd papier en deze te beplakken met hun favoriete figuren die uit stripboekjes, speelgoedboeken en dergelijke geknipt kunnen worden, Om de figuren heen kunne ze een rand maken met de plakfiguurtjes en glitters of er zelf iets omheen tekenen. Maak een paperclip open en haal het korte eind door het figuur. Span een touw of woldraad en hang de andere kant van de paperclip om de draad, knijp hem aan zodat het figuur niet gaat glijden. Een leuke slinger waarbij alle kinderen kunnen helpen, zowel de groten als de kleinsten is de winterseizoenslinger. Knip sneeuwmanfiguren met hoed aan een stuk, laat de kinderen de sneeuwmannen met plakfiguurtjes en dergelijke voor ogen, neus en mond. Gebruik krullint om een dasje te plakken en laat ze de hoed verven of kleuren. Sla aan de hoed een randje om en plak de sneeuwmannen vast om een draad. Op dezelfde manier kun je andere seizoenen maken met bijvoorbeeld paddestoelen voor de herfst, vlinders voor de lente of bloemen voor de zomer. Houdt de vorm eenvoudig, de kinderen doen de rest.

glijbaan

Het Speelgoedmuseum is nooit zo specifiek op het Nederlandse product gericht geweest. Tilburg is relatief dicht bij België en vele van het speelgoed komt dan ook uit België. De collectie Belgische Unica glijbaan is minstens net zo groot als de verzameling Nederlandse Wildebras glijbanen. Maar de meeste museumbezoekers komen uit Nederland en hebben met Nederlands speelgoed gespeeld. Ze herkennen het van vroeger en willen er graag meer over weten. Ook heeft ieder museum een soort plicht om het culturele erfgoed van zijn land vast te leggen voor de komende generaties. Gelukkig kan het Nederlands fabricaat speelgoed zich in een stijgende belangstelling verheugen. Steeds meer mensen lijken zich te realiseren dat we in de loop der jaren speelgoed hebben gemaakt waar we met recht trots op kunnen zijn. De laatste tijd bestaat er een hernieuwde belangstelling voor Nederlands speelgoed, met name voor speelgoed uit de 40-er en 50-er jaren. De glijbanen zijn vaak heel degelijk gemaakt en je komt dan ook op rommelmarkten en zolders nog veel van dit speelgoed tegen. Er is ook sprake van een groeiende groep verzamelaars, dit komt o.a. doordat het speelgoed bij veel mensen fijne jeugdherinneringen oproept. Vooral het ADO speelgoed heeft de afgelopen jaren in de belangstelling gestaan zoals o.a. blijkt uit een tentoonstelling in museum Boymans van Beuningen in 1994. Maar het is allerminst zo dat de producten van andere Nederlandse fabrikanten niet de moeite waard zijn.

Traditioneel kwam veel van het geïmporteerde speelgoed uit Duitsland en in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog kwam deze import stil te liggen. Dit gold trouwens niet alleen voor Duitse producten maar ook voor producten uit Engeland waar o.a. Meccano en Dinky Toys vandaan kwamen. Een bedrijf zoals Hausemann & Hotte, dat eigenlijk tot dat moment een importbedrijf was, richtte haar aandacht vliegensvlug van buiten de grenzen naar wat er in Nederland aan speelgoed werd geproduceerd. Er was dus sprake van een plotselinge toename van de vraag naar binnenlands speelgoed. Vrijwel al het speelgoed wat vanaf die tijd in Nederland verkocht werd, was ook in Nederland gefabriceerd. De Tweede Wereldoorlog zelf heeft natuurlijk ook de Nederlandse speelgoedindustrie niet onberoerd gelaten. Er brak een periode aan van grote schaarste aan grondstoffen. In het boek “Stukje voor stukje” van Betsy en Geert Bekkering kunnen we lezen hoe de firma Klaus voor de fabricage van puzzels eerst overstapte van Fins-berken triplex naar een mindere kwaliteit triplex, en vervolgens op dik karton en populierenhout van verpakkingskratjes. Van de nood werd een deugd gemaakt door gebruik te gaan maken van hardboard dat werd gebruikt voor verduistering. Een ander bekend verhaal is dat van de firma Nooitgedagt die de laatste scheepslading hout onmiddellijk in kleine stukjes zaagde om ervoor te zorgen dat het niet door de bezetter zou worden opgeëist. Ongetwijfeld zijn er nog vele andere verhalen over hoe de speelgoed bedrijven met veel vernuft in de Tweede Wereldoorlog zo lang mogelijk door bleven produceren en uiteindelijk de oorlog hebben overleefd.